’t Lettert. De naam die ik een jaar geleden koos voor hetgeen ik zo graag wilde doen: teksten schrijven en redigeren. Het lijkt een werkwoord in de derde persoon te zijn, ik letter, jij lettert, ‘t lettert, wij letteren. En toch is het absoluut geen werkwoord, maar daar heb ik me niets van aan getrokken. Ik plakte die -t achter het simpele woord letter en het werkwoord letteren was geboren. Sterker nog, ik ben niet de enige die zich nergens iets van aantrekt...
Ik ben deze week even in Weert en zo krenterig als ik ben, wil ik mijn auto per se gratis parkeren. Ik ken de plek niet op mijn duimpje en om zeker te weten dat ik de auto in een gratis zone heb staan, spreek een vrouw aan die in de deurpost naar haar spelende zoon kijkt. Zonder na te denken, doe ik dat met ‘u’ en in het ABN. Ze antwoordt netjes in het ABN terug en terwijl ik wegloop, hoor ik haar zoon vragen: ‘Wat vroog die mevrouw aan dich?’ Toen kwam het besef ...

Laatst stond ik te wachten om de rotonde op te mogen rijden. Ik wachtte op een fietser die voorrang had. Toen deze fietser dichtbij genoeg was, zag ik dat het mijn oude Frans docent was. Die man, die man liet mij in de brugklas niet alleen kennis maken met -een voor mij toen- enorm exotische taal, maar hij maakte er zelfs liedjes van, zodat we het niet zouden vergeten. En inderdaad, ik ken het nog steeds: ‘qu’est-ce que il ya en Franconville’.
Zo. Januari 2019 is van start gegaan. Over elf en een halve maand weten we wat het woord van het jaar is. Ik hoop dat er iemand op deze postzegel in de komende elf maanden en woord verzint dat we nu eens ook daadwerkelijk op lange termijn met z’n allen gaan gebruiken. Het woord van het jaar is namelijk altijd nieuwsgerelateerd en dus een bepaalde periode heel vaak in de media, maar na verloop van tijd raakt samen met het nieuws ook het neologisme in de vergetelheid.
Regels zorgen voor houvast. Ze maken een grens duidelijk en zorgen er op die manier voor dat je weet waar je af en aan bent. Datzelfde geldt voor regels in de taal; ze zeggen ons simpelweg wat goed en fout is. Op Facebook overschrijdt je tegenwoordig die talige grens al heel gauw wanneer je in een verhitte discussie een bericht post met spelfouten erin. Je tegenstander neemt je niet meer serieus en komt met een argument als: ‘Leer eerst maar eens fatsoenlijk Nederlands.'

Bijna tien jaar geleden debuteerde Paulien Cornelisse met het boek ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’. Destijds was ik 16 jaar en hield ik me met veel dingen bezig, maar niet met taal. Gelukkig mijn vader wel en kocht hij het boek, zodat ik het jaren later alsnog kon lezen. Ik kan wel zeggen dat dit boek het begin was van mijn alleen maar groeiende interesse in de Nederlandse taal.
Ilse Warringa, die we allemaal kennen als Juf Ank, zat deze zomer op de bank bij Linda’s Zomerweek. Gasten van dit programma moeten een lijstje geven met vijf dingen die volgens hen stom zijn. Ilse vond verkleinwoorden stom.
Ik zie regelmatig nieuwskoppen voorbij komen waarvan ik denk: ziet de redacteur van wie je mag verwachten enig taalgevoel te hebben, nu echt niet dat dit een hele slechte woordkeuze is geweest? Zoals bij deze krantenkop uit het nieuws van vorige maand: ‘Ook je enkel laten afzetten bij Schiphol gaat straks geld kosten.’ Maar ja, tja … het is dan ook best een behoorlijke operatie.

Voor één van mijn leerlingen is dit daadwerkelijk het geval. Zij heeft enkele jaren in het buitenland gewoond en heel veel Engels gesproken. Het Nederlands stond al die tijd op de achtergrond waardoor nu een lichte taalachterstand is ontstaan. Tijdens het oefenen van een tekst kwamen we het woord ‘vaderland’ tegen. Lacherig en vol overtuiging zegt ze: ‘Hé, dat klopt helemaal niet. Het is toch moederland, want het is ook moedertaal.’
ATM. Een van de eerste uitdagingen als je buiten Europa zit: het vinden van zo’n apparaat. Het staat voor Automated Teller Machine. Of Adobe Type Manager, Asynchronous Transfer Mode of Amsterdam Treasury Bond Market. Maar dat bedoelde die jongen allemaal niet toen hij ‘é tee em’ zei. Wat hij afkortte was: at the moment. In het Nederlands beter bekend als ‘nu’.

Meer weergeven